Spelen

School uit. Lopend terug door de Ariënsstraat. Warm. Oversteken over het zebrapad bij Zwiep. Ik ken elke stoeptegel vanaf de Rovenius tot aan ons huis aan de Denekamperstraat. Lopend langs de Drieënheidskerk denk ik al na wat we gaan doen voor het avondeten. Nog belangrijker; wat gaan we na de boterhammen doen. Die tijd is meer.
Ik kwam alleen maar thuis om me even te melden dat ik er weer was van school. Nog snel iets lekkers. Al etend de trap af naar benee. Snel de straat op. Snel. Te laat zijn voor een spel dat al aan de gang is, is niet fijn. Dan moet je wachten voor dat je mee kan en mag doen. Dat zijn de regels van het straatspel; de groep, wie dan ook maakt vooraf de regels. Daar moet je bij zijn. Betekent dus dat je meedoet. De groep bestaat uit minstens 15 buurtgenoten. Er wordt een balletje op geworpen of het buskruit of gewoon verstoppertje wordt. Buskruit is net als verstoppertje met de lantaarnpaal, alleen is die vervangen door een voetbal. Degene die 'em is, krijgt de bal weggeschoten en moet die weer ophalen en terugleggen. Ondertussen kan iedereen zich naar hartenlust verstoppen. Mooi spel. Niet te ver verstoppen, want als de loper bij jou in de buurt is of zelfs langs je heen loopt, mag je de sprint naar de bal doen, en deze weer knetterhard weg peren. Iedereen die 'erbij ' was mag dan weer automatisch meedoen. Uren kon dit duren. Spannend tot op het bot werd het, als er nog één persoon te zoeken was. Veertien kids stonden te wachten. Angstig stil en vooral niet in de richting kijken waar de laatst verstoppende zat. De loper kende dit en keek continu tussen het zoeken door naar iemand van de groep of die degene zou verraden. En dan... bijna op gelijk hoogte van de struiken voor Mient en Joop Krabben, schoot er met gekraak en bijna geweld een leeftijdsgenoot uit het struikgewas. Een daverende sprint tussen de 'verlosser' en de tikker volgde. Luid gejoel. De bal kreeg weer die enorme peer. Schreeuwend, lachend jouwend, jennend vloog de grote groep uit elkaar naar een nieuwe schuilplaats. Game not over.
De buurt bij ons was op spelniveau op vele manieren in te delen. Onze kant had het altijd over de 'overkant '. Dat was een andere groep kinderen waar je niet snel naar toe ging. Vaak deden ze dezelfde straatspelen als wij, maar toch leek daar alles net iets anders. De Denekamperstraat was een natuurlijke grens tussen deze twee groepen. Toch liepen we wel door elkaar. Maar dan was het omdat onze groep de grasveldjes langs de Rondweg opzocht om daar op dat lang gerekte plantsoen te gaan voetballen tussen de dunne eikenbomen. Balletje breed bijna onmogelijk, wel diep.
De legendarische Tour de France verslagen van Theo Koomen hebben we hier al voetballend gevolgd. ‘En wie zit er ook bij de ontsnapping?- Het is Gerard Veltscholten !!- Jaahaa –Het is toch echt waar Gerard, Gerardje Veltscholten doet mee !- En zit nu in de kopgroep achter de nummer één van het klassement!!’
Theo Koomen galmde uit de transistor radio van Michel. Onze vriend en een telg uit de fanatieke Wildeborg-familie. Werd het echt spannend en vooral de finish, dan werd het voetbal even stilgelegd. Om daarna weer door te gaan. Meestal klopte de stand na deze korte pauze niet meer; vooral de verliezende partij was daar goed in. Heerlijk.
En ook nu zie ik de jongste generatie door onze buurt rennen. Ongeremd. Helemaal opgaan in die eigen bewegingswereld. Soepel, jong, fantasierijk.
Ik heb vandaag thuis gelijk gespeeld tegen Lochem. Mijn botten doen het nog best. Buskruit is levens verlengend.

Treuf