SJAGRIJNEN

Ja, die bestaan ook. Gelukkig niet te veel. Maar ze zijn er. Zo komt er afgelopen week een man in onze delicatessenzaak. Loopt één streep door naar achteren zonder ook maar oogcontact te zoeken met mij of met mijn medewerkers. Da’s prima. Heb ik ook wel eens. ‘Kunnen wij u ergens mee helpen’, stelt Lotte keurig de vraag. ‘Dat hebt jullie toch nig’, is het barse antwoord terug. ‘Maar wat zoekt u dan’, probeert Lot het nog een keer. ‘Ik zeg net; dat hebt jullie toch nig!!’ Lotte blijft beheerst. ‘Maar wat bedoelt u dan meneer.?!’ Ik zeuk herfstbok. Nou dat staat buiten,u bent daar net langs gelopen.’ Lotte dacht de oplossing te hebben gevonden. ‘Dat weet ik ôk wa, mear dat is ’t nig. Ik zeuk gewoon’n bokbier van’n Grolsch!’ Ik, slijter met papieren, kom tussenbeide. ‘Er is maar één soort bokbier van de Grolsch; en dat is de herfstbok.’
‘Of moi’j miskien lentebok hebb’n?!’ Mangs helpt Twents nen betke um dingen op te lossen’, bedacht ik mie. ‘Nee ik mot, en dat he’k noe a wa dree keer probeer’n duudluk te maak’n, ik mot gewoon’n bok hebb’n van de Grolsch. En ach wat, ik goa wa noar Kuipertje hen, want dee hebt dat altied wa!..
Vroeger kwam Jan, vertegenwoordiger van de Alfa ook regelmatig langs. Nou was dit wel de generatie voor ons. Harder. Oorlog meegemaakt. ‘Altied mear kleien.’ Jan moest natuurlijk zijn Alfa promoten. Dat deed hij op zijn eigen manier. Met mijn vader deed hij dit niet, maar des te meer met mij, het jonge broekie dat ook dacht een slijterij te kunnen runnen. ‘Weet jij wel dat jullie de slechtste slijterij van Oldenzaal en omstreken hebben…?’ Ik was al te verbouwereerd om ook maar iets terug te zeggen dat dit niet waar kon zijn. Dan pakte Jan de hele toonbank vol met Bols jenever, Bols beerenburg , Bols likeuren. ‘Maak daar maar een mooie drankenmand van voor Black & White.’ Okay, een beetje sjagrijnig maar wel veel kopen. Ik voelde mij weer iets gemakkelijker.
Mis. ‘Ik neem voor mijzelf een krat halve liters mee, Alfa. Dat is het beste bier, dat weet jij toch wel, ie mot ophoaln met den smeerig’n Grolsch te verkoop’n! Dit is het beste bier. Dat wees doe toch wa?’ Weer was ik verstomd. ‘Ik heb trouwens een lege krat ingeleverd’, zei Jan net iets te laat toen ik de totaal knop van de kassa wilde indrukken. Dus weer alles weer opnieuw. ‘Zees wa, doe kas der niks van! Veurdat ie weer vekeerd in goat drukk’n; de krat die ik in heb leawert, zit gen fleskes in…’ Hij had mij precies waar hij me wilde hebben.’ Zös noe wa; dat wees nig heh, van Grolsch wees wa hoe vol fleskes de’r in zit,mear van Alfa nig !!!’
Paultje Smudde (zeg ik dat goed?), oud-caféhouder bij de Plechelmus kon er ook wat van.’ Valt er hier nog wat te gapp’n?!’ Waren steevast zijn woorden bij binnenkomst van de toen nog alleen maar slijterij.’ Wat ?!! is den jeneawer weer duurder wodd’n ? Veurige keer ôk a ! Gappers bi’j allemoal.’ Met nog een laatste poging betaalde Paul ‘De wearld is toch a kapot.’ Dan liep Paul naar de deur . Naar buiten. Draaide zich om. Hoofd half om de deur heen. ‘Ik heb toch wa betaald heh, want dat wi’k nie weet’n!’
Treuf