Oom Frans

‘En as doe mear nig deanks das doe nen enigsten in'n familie bis. Oons Marion is net as die ôk nen peetkind van oom Frans!’ Het snerpend hoog stemgeluid van mijn tant­Merietje komt als een scheermes uit het oude keukentje van mijn peetoom. Vandaag is mijn peetoom Frans jarig. Dan doen mijn tantes de afwas. Maar ook de koffie, het gebak en het bier. Want Frans is daar niet zo handig in. Veel praten doet mijn oom ook niet. Alleen als hij daar zin in heeft, en het gesprek over iets gaat dat hem aanstaat. We staan buiten het oude boerderijtje en Frans is goed gemutst. Vlakbij zijn oude appelboom praat hij honderd­uit tegen mij. Dat is opvallend en ik zie tant­Merietje door de vitrage mij een beetje wantrouwend aankijken. Ik zie het duidelijk. Het is zo’n keukentje waar dan een felle TL­lamp brandt. Dan kan ik het niet laten door iets te luid tegen mijn peetoom te zeggen dat ik later heel zuinig met zijn erfenis zal omgaan. Het antwoord van mijn tante heeft U al gelezen ... Frans was altijd een klein beetje aan de beurt. Zondags kwam de hele familie op bezoek bij opa en oma, aan dat typische kleine boerderijtje aan de Burgemeester Wallerstraat. Frans woonde dus bij zijn ouders. Meestal zat hij dan ook rustig in z'n kippenhok terwijl de hele familie binnen was. Vaak laat en nikszeggend schoof hij bij het zondagfeestje aan, onder het genot van een oud­bruin Grolschje. En je kon er als peetkind op wachten dat één van onze ooms zei: ‘En Frans woar hes dien spaarbank­beukske loaten, wie wilt 's gearn weet'n was op'n baank hes stoan! En denk nou niet dat Frans zich gepest voelde. Nee dit was zijn ultieme moment van zijn week. Op dit moment was zwijgen en glimlachen nog meer waard, dan de het grote bedrag dat op zijn rekening zou staan. Het was de tijd van sigaren en sigaretten, witte walm in de huiskamer en beugels Grolsch. De keerls links en de vrouwleu rechts. Kapitaal bie mekaar en werkleu de'r tegg'n oawer. Duidelijke discussies van wel en geen geld hebben. En welke politieke partij het beste was. De einduitslag van al die zondagen duidelijk: P.V.D.A­V.D.D : 30­30. De familie heeft ondertussen moeten inboeten in vooral levende ooms. Velen zijn ons intussen ontgaan. Heerlijke mensen met hun eigen ding, hun eigen karakter, hun eigen leven. Helaas we zijn ze kwijt. De familie is niet meer de familie van weleer. En dan weet ik pas nu, hoe simpel het leven eigenlijk toen was. Frans vroeg me ooit; ‘En hoe geet met diene kêânder, zit ze nog op'n leagere skool? Nee Frans ze zit a twee joar op 't Lyceum. Kreeg ik nen rikdsaalder van mien oom umdat ze't zo gôôd deed'n. Ook Frans moest er aan geloven. Onze Lieve Heer heeft hem nog pas geleden opgeroepen. En toen werd duidelijk dat alle gekheid op een stokje niet waar was.Waar iedereen al jaren gedacht had dat Frans al z'n geld aan een goed doel zou geven; was niet waar. Een keurige bankrekening heeft deze lieve man achter gelaten. En iedereen die dacht dat mijn peetoom niks zou nalaten, kreeg van deze zuinige man een leuk bedrag overgemaakt. Moraal van dit verhaal: Vergis je nooit in simpele mensen.

Treuf