Oh Oldenzaal

We gaan dit jaar weer gewoon met de auto op vakantie. Na een korte inspectie weet onze 'huismonteur' Martin, mij te verzekeren dat ons belegen Volvootje de vakantierit weer met gemak aankan.

De volgende ochtend start ik vroeg de auto. De motor zingt als een naaimachientje. Vrouw en kids schuiven er bij in, en daar gaat ie dan! Ik rijd richting De Lutte als altijd. Vlak voor het Landhuis heb ik de 20 vragen van mijn vrouw allemaal met 'ja ' beantwoord. “Oplader bij je? Gas uit? Paspoort? Geld? Auto goed nagekeken?....”
Zo heeft ze niet in de gaten dat ik over het Klieverik richting het station rijd. Teun wel. Die weet op zijn manier, op een bijna zeurderige toon, mij altijd te vertellen dat ik van deze wereld écht helemaal niets heb begrepen. “Nee hé, Tom-Tom aan en wéér gewoon niet doen wat dat ding zegt!” Aangekomen op het marktplein parkeer ik onze zwarte bak naast de gladde steen. Verbazing en schrik bij vrouw en kinderen. Ik moet een klein beetje sluw lachen. Esther weet dan al genoeg. Dit moet weer iets anders dan anders worden….

Maus komt naar buiten. En begroet ons hartelijk. “Wat fijn dat jullie voor ons hotel hebben gekozen!” Schrik weg, verbazing blijft.

Na een heerlijke nachtrust en de mooie kloktonen van onze Oale Griez'n, gaan we deze ochtend direct naar de eerste koffiebranderij die Oldenzaal ooit gehad heeft. Het zit vlak naast ons Hotel! Wie had dat gedacht.” Vroeger in Italië een espresso, maar nu een Ben & Roland expres zo! “Eenmaal genoeg koffie geproeft, komt mijn dochter erachter dat er naast de branderij een complete bierbrouwerij zit. Dat is nog eens leuk! Teun, al bijna zestien en al een heuse bierliefhebber, is dan toch ook weer goudeerlijk na z'n pa toe “Geniaal, wie had dat gedacht, dronk ik vroeger Grolschjes in het dozijn; geniet ik nu van enkel glas Bombazijn!”
Johnnie de bierbaas van de Bombazijn weet ons te vertellen dat de grote kerk vandaag is opengesteld. Helemaal boven in de toren leren mijn kinderen een prachtig Twents woord: 't lood'n bönneke.

Toch gek. Nu ik er alle tijd voor heb, zie ik nu pas hoe mooi de pleinen om de Plechelmus zijn. En wat voor mooie winkelstraatjes we rijk zijn. Ik vraag en passant alsof ik tourist ben waar ik nou eens een typisch Oldenzaals gerecht kan eten. “De gehaktbal-speciaal!” En waar zit dat driesterren restaurant dan? “Dat vindt je aan de Denekamperstraat; het is een cafetaria en heet geloof ik Achmet Waaijers...” Toch s'avonds maar iets kuulinairders gehad: de dubbele kipknof. Waarvan de geestelijke vader Jan Liedenbaum is. Ook nu Jan er niet meer is: Dit is hét Oldenzaalse gerecht! Na tien dagen Oldenzaal rijden we weer richting onze slijterij en delicatessenzaak De Meybree. Het wordt een heerlijke rit zonder problemen. En ik kijk in mijn achteruitkijkspiegel en zie onze jeugd denken; Wat was dat Hulsbeek mooi, wat een lekkere pizza's bij die heerlijk rustige Farah, die terrassen zo overvol en gezellig, de Boeskool die zo lekker los kan wêên, Beachsoccer, Annies, Markt 19, de Engel, Flavour, Markant, De Bisschop, De Bestemming, gezellige winkeltjes…

Ik draai de Volvo de oprit op onder onze carport. Kijk opzij naar mijn vrouw. Weer die glimlach van mij. “Mijn God !”, zegt ze. “Het carnaval begint zo weer….”

Treuf