Ma

Mijn moeder was de voorzichtigste vrouw die ik ooit heb meegemaakt. Ging ik weg naar een training, jongens C ,dan was dat zolang ik het mij het kan herinneren, altijd de boodschap die zij mij meegaf ‘Jong dôôt heanig an!’ Een vrouw van net voor de oorlog. Geboren uit een groot gezin. Van achter het spoor. Ze moet verliefd zijn geweest op mijn vader. Logisch. Anders had ik deze column niet kunnen schrijven. Burgemeester Wallerstraat. Zondag. Standaard. We gaan naar opa en oma. Eigenlijk een feest zonder weerga. Iedereen is er. Geen enkele oom of tante laat verstek gaan. Opa ziet dit alles op zijn hoge leeftijd aan en geniet. Het had een samenzijn kunnen zijn van die Italiaanse familie – Don Corleone­ maar dan zonder al dat criminele gedoe. Sfeer was hetzelfde.
Dat is toch gek , dat ik nadat mijn moeder die al een tijd overleden is, ik van haar klasgenoot een paar foto's krijg van haar op zeer jonge leeftijd. Ik schrok mij rot van haar schoonheid. Mijn moeder kende ik als mijn moeder. En moeders zijn per definitie moeders die je niet als jong mee kunt maken. Alsof ze geen jeugd hebben gehad. En zeker door de oorlog, heb ik daar weinig van haar over gehoord. Maar op wel drie foto's staat ze bij toeval, voorop in het midden, alsof ze wist dat ze zich moest laten zien als een prachtig jong meisje in een te grote waarschijnlijk geleende jas.

De lijst hangt bij mij in de zaak. Een relikwie. Moeilijk woord. Maar het hangt wel. Niet dat mijn pa veel dronk, maar ma kwam op een feestje echt niet verder dan een half glaasje bessen. Raar hè? Zelfs bescheiden zijn in de manier van drinken. Nee, moeders was geen vrouw van op de voorgrond. Maar mensenkennis had ze als geen ander. Hoe zou ze in het leven hebben gestaan met de opleiding die menig kind nu kan ondergaan? Zou ze de angst van de oorlog met zich mee hebben genomen? Is ze het verlies van haar zeer jong overleden buurmeisje nooit vergeten? Trouwde ze te jong? Was de afstand van achter het spoor tot hier te veel?

Tja, ma was ma. Zij vroeg mij nooit veel. Dus ik ook niet. Straight. Ben ik toch ook wel. Toch altijd een heel heldere blik over het zaken doen. Weet zeker dat niemand dat van haar verwacht zou hebben. Echt een vrouw van net voor de oorlog. Menigeen leeft nog en ik moet denken aan welke capaciteiten ze niet hebben laten liggen, nee waar ze nooit aan zijn toe gekomen. Opgegroeid in angst, schaarste, opbouw, niet zeuren en aanpakken.
Kom ik eens een keer te laat thuis; gaat mijn vrouw over de rooie. Hoe dan ook moest ik de volgende dag bij mijn lieve schoonmoeder langs. Ik wilde aanbellen maar de deur ging al open voor dat ik de belknop al kon aanraken... ‘Zo daar ben je dan!’ De stem was net iets te luid dan de gangbare deuropeningen van de laatste jaren. ‘Ga maar zitten: koffie!?’ Oeps die weet meer, is het laatste wat ik dacht. ‘Mooie man ben jij, net getrouwd, een kind en dan gewoon zo verschrikkelijk laat in huis komen!!’ Ik wilde me verdedigen en kwam niet verder dan ‘Ik...’

‘En waar heb jij in godsnaam gezeten vannacht, en eerlijk zijn!’ Die is boos. Daar draai ik niet om heen. ‘Bij Cafe Smudde; met de kapel...’ Zet mijn voeten schrap. Maar het gezicht van mien schoonmoo ontdooit als sneeuw bij de zon: ‘En was't gezellig?!’ Mooi heh ! Mien moo en ok mien schoon moo !
Treuf