Het seizoen is geopend

We hebben er weer zin in! Ik zie op straat weer de hardlopers die geen hardlopers zijn. Nee, het zijn vaak de voetballers die niet op het hoogste niveau voetballen. Nog gauw even de conditie wat opvijzelen, want zondag wacht Oldenzaal uit. (dat kan). Ook mijn team is reeds vier weken strak aan het trainen. We spelen in de eerste klasse. We hebben ons vorig jaar vrijwillig laten degraderen. Ik kan dus nu schrijven dat we met 6-3 hebben gewonnen. En daar moet op gedronken worden, dus de douche kan wachten. (over welke sport hebben we het?). Kreeg trouwens afgelopen donderdag een enorme dreun tegen mijn hoofd te verwerken. Of mijn schijnbeweging was zó goed of mijn tegenstander begreep die fantastsche beweginging niet; feit was dat mijn oogkas direct opzwol, en ik die avond tot en met nu een bezienswaardigheid werd ….

Daar mijn dagelijkse functie slijter is, ontkom ik er niet aan dat al mijn klanten mij dus gaan vragen wat er in Godsnaam met mijn oog is gebeurd. (Nen Katheliek oog; hoe verzin ie’t !) Na tien keer de waarheid te hebben verteld, wordt het tijd voor de broodnodige variatie, anders trek ik dat niet.Dus op de vraag ‘Wel hef oe op de oog’n houw’n ?!’ , antwoord ik dat ik drie verhalen klaar heb of dat ze direct de waarheid willen horen. En dat is nou wél weer leuk, want dan wil niemand het echte verhaal horen en kan mijn fantasie elke keer aangespoord worden. ‘Ik liep op de markt, terrassen vol, zie ik dat voor mij een onmeunig klein kêêrlke van dree joar nen banaan’nskil op de steen’n gooi’n! Dus ik haal oet um den klein’n nen onmeunigen draeij um de oren te gem’n, springt hé veur mie bienoâ twee meter de lucht in en houwt mie kats op’toog. Wil ik weer oethaal’n; vot kêêrlke…….”
Trouwens vrijdag na mijn traumatische ongeval toch even bij de huisartsenpost langs geweest. Ik had daar eigenlijk geen zin in. Maar mijn vrouw vond het toch beter dat er even een dokter naar ging kijken. De dames achter het loket beginnen meteen goed op mijn humeur in te werken. ‘Heeft U een afspraak gemaakt?’ Ik zeg: ‘Dat kan toch nu direct?!’ Nee zo ging dat niet. Ik stond niet op overlijden en mijn been hing er ook niet los aan. Evengoed gingen beide vrouwen een hele vraaglijst met me doornemen. Naam, straat, postcode, bloedverdunners, etc. Eigenlijk was het een soort ‘zelfmedicatie ‘. Na bijna twintig minuten mij ondervraagd te hebben en mijzelf het antwoord te laten geven dat er wel ergere dingen op de aardbol gebeuren; vroeg degene met de meeste dokterskennis aan mij en kijkend naar mijn blauwe oog “ En wat scheelt er nú werkelijk aan? En ik kon het niet laten. Ik wijs naar mijn gezonde oog en zeg dat ik daar al drie dagen onmeunig last van heb.

Geen dokter gezien

Treuf