Column

Heel veel mensen vragen mij dikwijls; hoe schrijf je nou in godsnaam zo'n column?! Nou de vraag zoals u ziet is al genoeg om in ieder geval een begin te hebben voor het schrijven van een stuk tekst dat langer is dan z'n breedte! Mensen bedankt!
Zag ik toch gisteren een kalende, wel jonger dan ik, man, zitten aan de Klieverikvijver. Helemaal alleen. Je verwacht toch dat er in ieder geval een paar kids naast hem zitten aan wie pa de beginselen van het vissen probeert bij te brengen.
Ja, de Klieverikvijver is toch wel een begrip. Welk kind en zeker meisjes hebben daar niet hun eerste hengeltje uitgegooid? Ooit zat ik ook daar om ôôns Teun en ôôns Loes te leren hoe je zo'n vissie aan de haak moet slaan. Daar hun leeftijd te jong was en Pa , ik dus, te fanatiek, was er uiteindelijk maar één aan het vissen...
Maar wat deed die man daar dan. Alleen aan zo'n zeg maar vijvertje? Was hij ziek van de crisis die nu om ons heen dwaalt? Zag hij z'n schoonmoeder te vaak? Was hij überhaupt getrouwd? Dacht hij aldus na om komende zaterdag naar Tijscholten te gaan? Zoekt hij een vlam op leeftijd?
Zag die man eigenlijk in een flits onder tussen de twee bulten van de familie Stegeman en de tweede bult waar onze KadolsterPeterPresident woont. Wat ik altijd doe als ik richting Presidentje rij; om toch even een dot gas bij te geven. Dat rijdt dan toch wel even iets lekkerder.
Boven op zijn bult (Ik woon trouwens op de Denekamperbult; wel döt mie wat !), word ik verdomme aangehouden door zo'n politieman met een lasergun. Ik zag duidelijk dat het een politieman was. Hij was immers niet in burger.
Shit, geen ontkomen aan!! Wat nu te doen? Was eigenlijk al denkend bezig met m’n column, maar dat is geen escape. Moet meteen denken aan een van de beste mannen op onze Kadolstergala; Marcel Hoge Lage Venterink. Heeft op een feest van alles door elkaar en heel veel gedronken. Toch met de auto. Agent vraagt: ‘Heeft u gedronken?’ Marcel antwoordt keurig en bescheiden als hij is ‘Twee Bacardi-cola, dree dreuge witte wien, vief Martinis, acht glaaz'n bier, negg'n Unterbergjes.’ Agent: ‘OK, wilt u even over die witte streep lopen?!’ Marcel: ‘Of geleuf ie mie nig?’
Nu ik. Kan geen kant op. Heb niet gedronken, maar zeker te hard gereden. Rustig blijven. Wachten op de gunstigste uitkomst. Tiktiktik op de bestuurdersruit. Zit vol in de adrealine. Zo hard reed ik nou ook weer niet. Een jonge diender. Dat werkt ook averechts. Zie z'n volle overtuiging. Hij herkent mij. Hoofdprijs. Slijter, Old Prins, man van de columns uit de glimlach. ‘Weet u wel dat meer dan 30 kilometer te hard hebt gereden?’ Bingo! Ik heb hem! ‘Dat kan niet ! Ik woon hier nog geen 500 meter vanaf!!’
De visser aan de waterkant heeft dit allemaal gezien. Schudt z’n hoofd en denkt: ga toch vissen.

Treuf