Heerlijkheid uit zuidwest-Frankrijk

de Glinde

Wereldwijd wordt de Bordeaux gezien als het grote voorbeeld als het gaat om wijn maken. Met zijn 100.000 ha wijnbouwgrond is het veruit de grootste en meest succesvolle appellation van Frankrijk en de wereld. Al in de oudheid werd Bordeaux geroemd om zijn kwaliteitswijnen. Het was in de vierde eeuw na Christus dat de Romeinse dichter Ausonius al melding maakte van de uitzonderlijke wijnen aan de monding van de Gironde. De eerste wijnen uit de Médoc waren niet de wijnen zoals wij die nu kennen. De wijnen waren eerder dun en licht. Hieruit komt ook de bijnaam ‘claret’ zoals de Engelsen de wijnen uit Bordeaux nog altijd noemen. Tot de veertiende eeuw werd bijna alle wijn, die in Engeland werd gedronken, vanuit Bordeaux geleverd. Deze exportheerlijkheid kwam tot een einde in 1453 met de Honderdjarige Oorlog, toen Casgogne aan Frankrijk werd toegewezen. Het waren de Hollanders die dankzij hun welvaart de rol van de Engelsen bijna naadloos overnamen. De Bordeaux-streek bezit ideale condities voor goede wijnen. Het gebied ligt precies halverwege tussen de evenaar en de Noordpool en het heeft een ideaal klimaat. Vooral de nabijheid van de Atlantische Oceaan met de warme golfstroom zorgt voor ideale omstandigheden. Mede door deze aanlandige wind komt vorst hier nauwelijks voor. De uitgestrekte bossen aan de kust in Les Landes bieden ook bescherming tegen stormen die van zee komen. Het wijngebied Bordeaux laat zich onderscheiden in een tweetal gebieden; de linkeroever versus de rechteroever. De linkeroever is natuurlijk de Médoc en de Haut-Médoc: van oudsher de kwaliteitsgebieden binnen de Bordeaux en bakermat van klinkende namen als La Tour, Mouton Rotschild, Chateau Margaux …..
De bodem op de linkeroever bestaat overwegend uit kiezelsteen en zand met bestanddelen van silicaat, hier en daar bevat de grond ook ijzerhoudende lagen. Mee door de aanwezigheid van kiezel is de bodem zeer goed water doorlatend en het zijn de verschillende bestanddelen in de bodem die voor de verschillen in de diverse Médoc wijnen zorgt. Het wijngaardoppervlak is vrij vlak en dit gebied is uitermate geschikt voor het vervaardigen van topwijnen. Er wordt onderscheid gemaakt in een noordelijk deel, de Médoc, en een zuidelijk deel, de Haut-Médoc. Slechts een derde van de wijnproductie afkomstig van de linkeroever draagt de benaming Médoc. Veruit de meeste wijnen zijn afkomstig uit de Haut Médoc, het zuidelijk deel. Dit is het gebied met zeer vermaarde plaatsnamen als onder andere Saint-Estèphe, Pauillac, Saint-Julien. Iedere gemeente brengt zo haar eigen wijnen voort met daarbij een uniek karakter. Generaliserend kunnen we stellen dat de Haut-Médoc wijnen uitblinken in finesse, kracht met een rijk bouquet van typische Cabernet- aroma’s als cassis, munt en cederhout. Het zijn stuk voor stuk wijnen die perfect kunnen ouderen.
Aan de overkant is de situatie op een tweetal punten verschillend met de Médoc en de Haut-Médoc. Allereerst is daar de bodem. Deze bevat hier meer kalk, leemsteen en zand. Ook het hier heersende microklimaat verschilt. Minder warm in de zomer maakt dat juist hier de Cabernet Sauvignon wat meer moeite heeft om tot volle rijpheid te komen. Daarom is hier geen dominante rol voor de Cabernet Sauvignon weggelegd. Het is hier de Merlot die de boventoon voert. Deze rijpt hier gemakkelijker. Overigens wordt ook Cabernet Franc hier veelvuldig aangetroffen. Geeft de Merlot de beste resultaten op leemhoudende bodem, de Cabernet Franc gedijt het beste op een ondergrond van kiezelsteen en zand.