Bestuur en (geen) toezicht stichtingen

Bart Riteco

De volgende casus breng ik u onder de aandacht:
Stichting X is een stichting met een ideële doelstelling die voor een niet onbelangrijk deel afhankelijk is van de inzet van vrijwilligers. Enig orgaan van de stichting is het bestuur. Een toezichthoudend orgaan is er niet. Na enkele bestuurswisselingen besluit het ‘nieuwe’ bestuur de statuten van de stichting te wijzigen. Belangrijkste redenen voor de statutenwijziging zijn om de bestuursleden een beloning te kunnen toekennen en om zichzelf projecten en overige werkzaamheden binnen de stichting te kunnen toedelen, waarvoor ze een door zichzelf vast te stellen vergoeding ontvangen. Vervolgens wordt de zittende directeur van de stichting de laan uitgestuurd op onheuse gronden, met als gevolg hoge rekeningen van advocaten en een maximale ontslagvergoeding voor rekening van de stichting. En, u voelt hem waarschijnlijk al aankomen, het bestuur benoemt kort daarna haar voorzitter tot nieuwe directeur, terwijl de zittende bestuursleden op hun plek blijven zitten. Uit juridisch, maar zeker ook uit moreel oogpunt, zijn bij deze handelswijze vele vraagtekens te plaatsen.

Wie een beetje de media gevolgd heeft de afgelopen jaren, heeft ongetwijfeld kennis genomen van de aandacht voor het niet of slecht functioneren van bestuurders en/of toezichthouders bij stichtingen en verenigingen. Daarbij was er doorgaans sprake van het ontbreken van een gedegen juridisch instrumentarium om verantwoordelijke functionarissen op hun gedragingen aan te spreken. Vandaag de dag zijn er voor N.V’s en B.V’s min of meer heldere regels voor de taak van bestuurders en toezichthouders; dergelijke regels zijn er overigens nog niet voor bestuurders en toezichthouders bij verenigingen en stichtingen. Tot mijn grote genoegen is er onlangs een wetsvoorstel ingediend zodat ook deze functionarissen hun taken beter vervullen, beter weten wat er van hen verwacht wordt en beter op hun prestaties kunnen worden afgerekend. Maar ook dat het eenvoudiger wordt deze niet goed functionerende bestuurders en toezichthouders te vervangen. Het voorstel regelt de taken hiertoe beter en de belangen van de rechtspersoon worden daarnaast centraal gesteld. Kortom, die nieuwe wet moet de kwaliteit van het bestuur en toezicht bij verenigingen en stichtingen verbeteren.

Toezichthoudend orgaan
Het voorstel regelt de instelling van een toezichthoudend orgaan, een “raad van toezicht”. Verder regelt het voorstel behoorlijke taakvervulling, tegenstrijdige belangen, aansprakelijkheid voor schade én het voorstel verruimt de mogelijkheden voor ontslag van functionarissen.
Nu is het zo dat iedere bestuurder van een rechtspersoon gehouden is tot behoorlijke taakvervulling en voor (alleen) B.V.’s en N.V.’s dat bestuurders en commissarissen zich moeten richten op het belang van de vennootschap. In het voorstel geldt dit ook voor stichtingen en verenigingen.

Hetzelfde zien we bij het functioneren in geval van tegenstrijdig belang. Voor B.V.’s en N.V.’s geldt nu dat hun functionarissen niet aan de beraadslaging en de besluitvorming mogen deelnemen als zij een persoonlijk belang hebben dat strijdig is met dat van de vennootschap. Dit gaat ook gelden voor een vereniging of stichting en voorkomt dat bestuurders en toezichthouders meebeslissen over onderwerpen waarbij zij voorrang geven aan hun eigen belang. Het voorstel verruimt de aansprakelijkheid van functionarissen van verenigingen en stichtingen. Tot slot bevat het voorstel een speciale regeling voor stichtingen. Functionarissen die het belang van de stichting zodanig schaden dat zij in redelijkheid niet langer bestuurder of toezichthouder kunnen zijn, kunnen op verzoek van het OM of belanghebbenden worden ontslagen.
Indien het voorstel ook echt wet wordt, zullen bestuurders en toezichthouders tijdig moeten controleren of bijvoorbeeld statuten, reglementen, of hun werkwijze moet worden aangepast aan het wetsvoorstel. Dit zal vooral moeten gebeuren met het oog op de nieuwe regels met betrekking tot tegenstrijdige belangen. Vaak vervullen bestuurders en toezichthouders die functies juist vanwege hun eigen (al dan niet indirecte) belangen. Met de invoering van de nieuwe wet kunnen zij zich daarmee op glad ijs begeven.

Bart Riteco